Een stomerij op 3×63A
De machines vragen bijna drie keer meer dan de netaansluiting levert. Daar bouw ik nu de sturing voor.
In De Pijp in Amsterdam staat een stomerij waarvan de machines samen zo'n 3×180 ampère vragen. De netaansluiting levert 3×63. Bijna drie keer te weinig, op papier.
De klassieke oplossing is een zwaardere aansluiting aanvragen. Maar het stroomnet zit in grote delen van Nederland vol: wie tegenwoordig om een zwaardere aansluiting vraagt, komt op een wachtlijst — en betaalt daarna structureel meer vastrecht voor capaciteit die het grootste deel van de dag ongebruikt blijft. Dat probleem heeft een naam: netcongestie — het stroomnet kan de gevraagde capaciteit niet leveren, en verzwaren betekent vaak jaren wachten op de netbeheerder.
Want dat is het eigenlijke inzicht: die 3×180A staat er alleen op papier. In de praktijk staan nooit alle machines tegelijk aan. Een deel van de tijd wordt er geperst, een deel van de tijd gedroogd; het piekmoment waarop álles samenvalt bestaat vrijwel niet — behalve als je het aan het toeval overlaat.
Dus laat ik het niet aan het toeval over. Ik bouw er op dit moment de sturing voor: het Homer EMS bewaakt de aansluiting en verdeelt de ruimte — een machine die stroom nodig heeft meldt zich, het systeem geeft op volgorde ruimte, en de totale afname blijft binnen de 3×63A. Voor het personeel verandert er straks weinig — het werk loopt gewoon door, de volgorde regelt zich onder de motorkap.
Als het af is, past het bedrijf binnen zijn bestaande aansluiting — zonder wachtlijst en zonder verzwaring. Niet door minder te doen, maar door het beschikbare vermogen te gebruiken op de momenten dat het er is.
Dit is dezelfde vraag die steeds meer bedrijven krijgen, van welke kant je het ook bekijkt: het net groeit voorlopig niet mee met de vraag. Sturen op wat je hébt is dan geen noodoplossing, maar gewoon de nette manier van bouwen.